Meer over nanotechnologie
In de projectbeschrijving worden vijf onderzoeksdomeinen uit de nanotechnologie en nanowetenschappen uitgelicht. Deze brede thema’s, die omschreven worden door vijf nano-dilemma’s, brengen een aantal belangrijke discussiepunten naar voren, waarmee rekening gehouden moet worden wanneer men het over de maatschappelijke implicaties van nanotechnologie heeft. De vijf thema’s zijn de volgende:
1. Gezondheid: nanogeneeskunde en nanovoeding
Nanotechnologie speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van nieuwe kosteneffectieve diagnostische, therapeutische en preventieve middelen. Nanodeeltjes kunnen gebruikt worden bij de diagnose van ziekten, omwille van hun kleine afmetingen en hun hoge reactiviteit. De zogenaamde ‘lab-on-a-chip’ kan gebruikt worden als een soort minuscuul laboratorium, dat een aantal biologische parameters meteen op het lichaamsoppervlak detecteert. In het domein van de nanogeneeskunde worden twee soorten nanogeneesmiddelen ontwikkeld: systemen die geneesmiddelen naar de juiste plek in het lichaam brengen en biologisch actieve stoffen. Maar de speciale chemische en structurele eigenschappen van behandelde nanomaterialen kunnen mogelijk toxicologisch, kankerverwekkend, vluchtig of ontvlambaar zijn en –niet onbelangrijk– leiden tot persistentie en accumulatie in de lichaamscellen. Op dit moment staat het onderzoek naar de toxicologische eigenschappen van nanomaterialen nog in zijn kinderschoenen en zijn er nog maar weinig gegevens beschikbaar over de veiligheid en de toxiciteit. Bovendien zijn sommige resultaten die al wel gepubliceerd op zijn minst zorgwekkend.
2. Milieu-impact en oplossingen voor het energieprobleem
Nanotechnologie biedt nieuwe oplossingen tegen milieuvervuiling, met partikels en filtersystemen die vervuilende stoffen in land, zee en lucht kunnen detecteren, binden, inactiveren en/of verwijderen. Op het vlak van energievoorziening, proberen nanotechnologen biologische processen (zoals fotosynthese) na te bootsen om zo de efficiëntie van zonnecellen te verhogen. Via nanotechnologie wil men onder andere komen tot een efficiënter gebruik van de huidige bronnen, tot nieuwe soorten hernieuwbare energie en tot een intensieve monitoring van het milieu. Aan de andere kant is er nog maar erg weinig geweten over nanodeeltjes, over het voorkomen van nanodeeltjes in het milieu en over de gevolgen daarvan: hoelang blijven nanomaterialen aanwezig in het milieu? Hoe gemakkelijk binden nanomaterialen aan milieupolluenten? Kunnen er nanodeeltjes in onze voedselketen terechtkomen en wat is het gevolg daarvan voor de mens? Het is belangrijk dat nanowetenschappers grondig onderzoeken of de eigenschappen, die nuttig zijn bij het degraderen van organische vervuilers, het decontamineren van water en het zuiveren van lucht, gevaarlijk kunnen zijn als de nanodeeltjes op de verkeerde plaats terechtkomen.
3. Veiligheid en privacy (Intelligente omgeving, RFID, ICT)
Systemen met omgevingssensoren kunnen ons bruikbare informatie opleveren over bijvoorbeeld de vervuilingsgraad of de verkeerssituatie op een bepaalde plaats en die gegevens ogenblikkelijk doorsturen naar draagbare toestellen. Maar ze kunnen ook informatie overbrengen over de activiteiten van individuen. Op die manier is het mogelijk misbruik te maken van het systeem. Het is aan de wetgever om duidelijk te definiëren welke soort informatie verzameld mag worden. Het is ook belangrijk om rekening te houden met privacyproblemen, wanneer mensen ten gevolge van de vooruitgang in de medische sector routinematig gescreend kunnen worden op genetische ziektes. Moet die technologie verplicht worden zodat behandelingen sneller gestart kunnen worden? Indien wel, wat doe je dan met het recht op vrije keuze van de patiënt? Indien niet, zullen verzekeraars het dan als voorwaarde stellen bij het afsluiten van een ziekteverzekering? Wie krijgt toegang tot al die informatie en hoe wordt die informatie beveiligd?
4. Nanokloof: Verdeling van kennis en rijkdom.
Net zoals dat vroeger gebeurde bij de opkomst van nieuwe technologieën zoals informatica, kan ook nanotechnologie de kloof tussen arm en rijk verbreden. In eerste instantie komt dat doordat de nieuwe ontwikkelingen in de gezondheidszorg, het transport, de energievoorziening, enz. eerder en meer beschikbaar zullen zijn voor welstellende wereldburgers. Paradoxaal genoeg kan ook het verminderd gebruik van natuurlijke rijkdommen een negatieve impact hebben op de levenskwaliteit van de armere bevolking. Verwacht wordt immers dat nanomaterialen vele kostbare metalen en mineralen zullen vervangen, die ontgonnen worden in ontwikkelingslanden.
5. Ethiek en menselijke verbeteringen: chimeren, superman en supermens.
Op lange termijn zal nanotechnologie het mogelijk maken om moleculaire en atomaire structuren te manipuleren, waardoor menselijk weefsel en menselijke cellen op moleculair niveau aangepast kunnen worden. Dat opent deuren die men in de geneeskunde nooit voor mogelijk had gehouden. Het zet de deur ook op een kier voor het ‘verbeteren’ van het menselijk lichaam en de menselijke eigenschappen. Het verbeteren van menselijke talenten tot een bovennatuurlijk niveau kan erg controversieel zijn: denk maar aan extreme intelligentie en geheugencapaciteit, een verhoogde bewustheidzin, buitengewone atletische vermogens, extreme sterkte en het afstemmen van lichamelijk kenmerken aan het schoonheidsideaal. Zulke aanpassingen werpen belangrijke vragen op inzake moraliteit, ethiek en wetgeving, waarmee de samenleving tot nog toe nog niet geconfronteerd werd.
« back print



















